Thuis

Inge van Westenbrugge is verzorgende IG bij ZZG zorggroep. Zij blogt regelmatig over haar werk. Afgelopen oktober zat ze 24 uur in De ParticipatieKliniek.

Het is nog vroeg, nog donker buiten, wanneer ik zachtjes de deur van mijn huis achter me dichttrek. Mijn thuis, de plek waar ik me het fijnst voel, met mijn gezin om me heen. Zij zijn nog in diepe slaap.

Ik stap in de auto, rijd naar de Weegbree en denk onderweg aan de bewoners die op me wachten.

Het ‘eigen thuis’ dat zij hebben achtergelaten, hebben verruild voor een thuis bij de Weegbree.

Sommigen realiseren zich dit niet meer, of vinden het een prettig thuis, anderen zijn er verdrietig over en missen ‘thuis’.

Hoe zou ik dat zelf vinden, vraag ik me af. Afhankelijk zijn van anderen, een stukje regie over eigen leven uit handen te moeten geven eenvoudigweg omdat je het zelf niet meer kunt.

Ik parkeer mijn auto en als ik uitstap, schuift een bewoonster net het gordijn opzij op even naar buiten te kijken. Ze ziet me, herkent me en begint enthousiast te zwaaien.

En daarmee is mijn dag direct goed begonnen.

'Zuster, kunt u me vertellen waar ik ben?'

Ook al is het nog zo vroeg, in huis zijn altijd mensen wakker. Ik zie een bewoonster van een andere huiskamer rondlopen met een stapeltje handdoeken op de arm, een andere dame is druk in de weer met het schoonpoetsen van de deurpost.

Dit is hun thuis, hun eigen plek. En ik ben hier te gast, in hun huis.

Op weg naar het kantoor word ik aangeklampt: “Zuster, kunt u me vertellen waar ik ben? Waar moet ik naar toe?”

Gearmd lopen we door de gang en help ik haar nog eventjes in bed.

De dag begint nu echt, de mensen worden wakker en de drukte van de ochtendzorg is in volle gang.

De bewoonster die vanmorgen door het raam naar me zwaaide, begroet me met een: “Oh, wat fijn dat je er weer bent! Ik heb je gemist! Ben je er de hele dag vandaag?”

Tijdens het douchen wordt er even gemopperd: “Bah, ik weet dat het moet hoor, maar ik heb zo’n hekel aan douchen! Thuis ging ik altijd in bad, dat vond ik heerlijk. Maar ja, in bad gaan op mijn leeftijd is ook gevaarlijk natuurlijk.”

Terug in de auto bedenk ik me hoe moeilijk het kan zijn als je thuis veranderd

Ze vertelt verder, haalt anekdotes op van vroeger, hoe ze altijd ging zwemmen in het Sportfondsenbad en daar zo van genoot. De glimlach op haar gezicht zegt meer dan duizend woorden, haar gedachten zijn terug in te tijd en na al die jaren geniet ze van haar herinneringen.

Ik help haar met het drogen van haar haren en steek het voor haar op terwijl ze overweegt om het af te laten knippen.

“Maar ja, dan word ik helemaal zo’n oud mens. Oh nee, dat ben ik nu ook al!”

Ze kijkt me aan we schieten beiden in de lach.

“Weet je, ik mis mijn eigen huis. En mijn bad, mijn spulletjes. Ik woonde zó fijn in mijn huis. Ik weet dat ik hier niet alleen ben, maar voel me zo eenzaam af en toe. Maar daar kun jij ook niks aan doen hoor, ik vind het zo fijn dat je er bent, lekker gezellig en dan voel ik me niet zo eenzaam.”

De dag gaat verder en als ik weer in de auto zit op weg naar mijn eigen huis, bedenk ik me hoe moeilijk het kan zijn, als je thuis veranderd omdat het niet anders kan. Je daarin de grip verliest, omdat het niet anders kan. En je jezelf te midden van anderen ontzettend eenzaam kunt voelen.

En hoe wij, door te luisteren, aandacht te hebben en soms eenvoudigweg er te zíjn, misschien voor even het verschil kunnen maken zodat de ander zich net iets meer thuis voelt.

 

Deel dit bericht